Jouw loon als bedrijfsleider: dit verandert er in 2026 en wat doe je er best mee?
De spelregels voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting zijn veranderd. Maar een hogere bezoldiging is niet voor iedereen de juiste keuze. We leggen het in dit artikel even uit.
Als kleine vennootschap geniet je van een verlaagd tarief van 20% in de vennootschapsbelasting op de eerste schijf van EUR 100.000 winst. Twee voorwaarden zijn gewijzigd: het bedrag van de minimumbezoldiging én de toegelaten verhouding van forfaitaire voordelen van alle aard. Lees je hieronder hoe dit concreet uitpakt.
Heb je een grote vennootschap? Dan zijn de minimumbezoldiging en de 20%-regel technisch gezien niet op jou van toepassing. Die zijn gekoppeld aan het verlaagde tarief dat enkel voor kleine vennootschappen geldt. Maar ook voor grote vennootschappen blijft de samenstelling van het verloningspakket een belangrijk aandachtspunt. De redenering achter dit artikel is dus voor iedereen relevant.
Wat is er concreet veranderd?
Tot en met aanslagjaar 2026 bedroeg de minimumbezoldiging een vast bedrag van EUR 45.000. Vanaf aanslagjaar 2027 (boekjaar 2026 of 2026/2027) zijn er twee wijzigingen tegelijk:
- De minimumbezoldiging stijgt naar EUR 51.000. Eerder circuleerde het getal EUR 50.000, maar dat bleek een voorlopige raming. Na de officiële bekendmaking door de FOD Financiën in augustus 2026 staat het definitieve bedrag vast op EUR 51.000.
- De drempel wordt voortaan jaarlijks geïndexeerd. Het bedrag kan dus elk aanslagjaar opnieuw wijzigen. Een vaste vuistregel van EUR 45.000 is niet langer geldig.
Let op: de bezoldiging moet worden toegekend aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon. Niet elke bedrijfsleider in de vennootschap moet afzonderlijk EUR 51.000 ontvangen.
Wat is de nieuwe 20%-regel?
Naast de minimumbezoldiging is er een tweede voorwaarde bijgekomen, en die verdient minstens evenveel aandacht.
Forfaitaire voordelen van alle aard mogen voortaan niet meer bedragen dan 20% van de totale bruto belastbare bezoldiging van de betrokken bedrijfsleider. De toets wordt per individuele bedrijfsleider gemaakt. Het gaat concreet over voordelen waarvan de waarde op basis van een wettelijk vastgelegde forfaitaire berekeningsmethode wordt bepaald:
- Bedrijfswagen: het forfaitair berekende voordeel voor privégebruik
- Kosteloze woning of kamer: gratis ter beschikking gesteld onroerend goed
- Renteloze of goedkope lening: het rentevoordeel op een lening van de vennootschap
- Laptop, tablet, internetverbinding: ter beschikking gesteld voor privégebruik
- Gsm, smartphone en telefoonabonnement: ter beschikking gesteld voor privégebruik
- Verwarming en elektriciteit: kosteloze verstrekking in bepaalde gevallen
- Bepaalde aandelenopties: wanneer de fiscale waarde forfaitair wordt bepaald (wet van 26 maart 1999, art. 43, §§ 3 tot 8)
Terugbetalingen van kosten eigen aan de vennootschap en vrijgestelde voordelen, zoals maaltijdcheques die aan alle voorwaarden voldoen, zijn geen belastbare bezoldiging en tellen niet mee in deze verhouding. De samenstelling van complexe verloningspakketten vraagt maatwerk: bespreek dit met jouw relatiebeheerder.
Overschrijdt het forfaitaire voordeel van alle aard de 20%-grens, dan verliest jouw vennootschap het verlaagde tarief. Dat geldt ook als je de drempel van EUR 51.000 wél haalt. Beide voorwaarden moeten afzonderlijk voldaan zijn.
Concreet voorbeeld bij een totale bezoldiging van EUR 51.000:
| Onderdeel | Bedrag |
| Totale bezoldiging | EUR 51.000 |
| Maximaal forfaitair VAA (20%) | EUR 10.200 |
| Minimale cashbezoldiging | EUR 40.800 |
Bij een hogere totale bezoldiging stijgt het toegelaten VAA-bedrag dus proportioneel mee.
Moet je nu jouw loon verhogen?
Kort antwoord: niet noodzakelijk. Dit is misschien de meest gemaakte denkfout. De nieuwe drempel betekent niet automatisch dat je jouw loon moet optrekken.
Het maximale tariefvoordeel bedraagt EUR 5.000 per jaar: dat is het verschil van 5% op de eerste schijf van EUR 100.000 winst. Verhoog je jouw bezoldiging om dat voordeel te behouden, dan lopen de extra personenbelasting en sociale bijdragen snel op. Dat maakt een individuele berekening onmisbaar.
De extra bezoldiging om van EUR 45.000 naar EUR 51.000 te gaan, belandt al snel in de belastingschijf van 45% in de personenbelasting. Dat weegt niet altijd op tegen de besparing in de vennootschapsbelasting. Voor sommige situaties is een verhoging zinvol, voor andere juist niet.
Wat telt, is de optimale mix voor jouw specifieke situatie. Een wijziging in jouw bezoldiging raakt namelijk aan meer dan alleen je belastingafrekening:
- Sociale bijdragen: een hoger loon verhoogt je sociale bijdragen (ca. 20,5% + beheerskosten). Een lager loon verlaagt ze, maar er geldt een minimumbijdrage waaronder het geen extra voordeel meer oplevert.
- IPT of groepsverzekering: de 80%-grens voor fiscaalvriendelijke premies is rechtstreeks gekoppeld aan jouw bezoldiging. Een lager loon beperkt de maximale storting.
- VAPZ: de premie die je fiscaalvriendelijk in een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen kunt storten, is mede gebaseerd op je inkomen van drie jaar eerder.
- Gewaarborgd inkomen: een lagere bezoldiging verlaagt ook de dekking bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dit is voor veel bedrijfsleiders een doorslaggevend argument om toch niet te ver te dalen.
- Wettelijk pensioen: een hogere of lagere bezoldiging beïnvloedt ook de opbouw van je wettelijk pensioen.
Een tantième kan trouwens ook nog na afloop van het boekjaar worden toegekend op de jaarlijkse algemene vergadering. Er is dus geen reden om overhaast te handelen.
Voor wie geldt dit (nog) niet?
Niet elke vennootschap valt meteen onder deze regels:
- Starters: de bezoldigingsvoorwaarde geldt pas vanaf het vijfde belastbare tijdperk na de oprichting, op voorwaarde dat de vennootschap geen reeds bestaande activiteit voortzet. De eerste vier boekjaren hoef je hier dus nog geen rekening mee te houden.
- Vennootschappen met beperkte winst: is de belastbare winst lager dan EUR 51.000, dan volstaat een bezoldiging gelijk aan die lagere winst. Je hoeft het verlaagde tarief dan niet te verliezen.
- Grote vennootschappen: de minimumbezoldiging en de 20%-VAA-regel zijn niet van toepassing. Bezoldigingsoptimalisatie blijft echter ook voor grote vennootschappen een jaarlijks aandachtspunt.
Wat doe je hier vandaag concreet mee?
Controleer voor het einde van het boekjaar deze drie zaken:
- Bedraagt jouw bezoldiging minstens EUR 51.000, of is ze minstens gelijk aan de belastbare winst van jouw vennootschap?
- Blijven de forfaitaire voordelen van alle aard binnen de grens van 20% van jouw totale bezoldiging?
- Is een verhoging fiscaal ook echt voordelig in jouw situatie, of zijn er slimmere alternatieven?
Begin hier best niet zelf aan. De juiste keuze hangt af van te veel factoren om zonder analyse te maken.
Vragen of even aftoetsen?
Twijfel je of jouw huidige verloningspakket nog correct afgestemd is op de nieuwe regels? Neem dan gerust contact op met jouw vertrouwde relatiebeheerder bij Axentis. We bekijken samen jouw situatie en zorgen ervoor dat je geen verlaagd tarief misloopt door een vermijdbare fout.