Personenbelasting in beweging: wat verandert er voor jouw inkomsten in 2026?
De personenbelasting krijgt een grondige update. De hervorming moet werken en ondernemen aantrekkelijker maken, maar bouwt tegelijk een aantal bestaande fiscale voordelen af.
De meeste wijzigingen gelden voor je inkomsten van 2026 en zullen dus zichtbaar worden in je belastingaangifte van 2027. We zetten de belangrijkste gevolgen voor jou op een rij.
Een groter deel van je inkomen blijft belastingvrij
Iedere belastingplichtige heeft recht op een belastingvrije som: het deel van je inkomen waarop je geen personenbelasting betaalt. Voor aanslagjaar 2027 stijgt die som van 10.910 EUR naar 11.550 EUR.
Dat is de eerste stap in een verdere verhoging. Tegen aanslagjaar 2031 moet de belastingvrije som oplopen tot ongeveer 15.600 EUR. Vooral wie beroepsinkomsten ontvangt, zal hierdoor geleidelijk meer netto overhouden.
Ook de voordelen voor de kinderen ten laste veranderen
Heb je kinderen ten laste? Dan wordt je belastingvrije som verder verhoogd. Vanaf aanslagjaar 2027 gelden onder meer de volgende bedragen:
| Gezinssituatie | Toeslag aanslagjaar 2027 |
| Eén kind ten laste | 2.130 EUR |
| Twee kinderen ten laste | 5.130 EUR |
| Drie kinderen ten laste | 11.440 EUR |
Vooral de toeslagen voor het eerste en tweede kind zullen de komende jaren verder stijgen. De toeslagen vanaf het derde kind worden voorlopig niet geïndexeerd.
Ook de grens van de netto bestaansmiddelen voor kinderen ten laste stijgt naar 12.300 EUR. Voor inkomsten uit een studentenjob geldt bovendien een afzonderlijke vrijstelling van 7.010 EUR. Een kind kan daardoor meer verdienen zonder automatisch het statuut van persoon ten laste te verliezen.
Het huwelijksquotiënt wordt afgebouwd
Heeft één partner weinig of geen beroepsinkomsten? Dan kan via het huwelijksquotiënt een deel van het inkomen van de andere partner fiscaal worden overgeheveld. Dat kan vandaag een aanzienlijk belastingvoordeel opleveren.
Vanaf aanslagjaar 2027 wordt dit voordeel stapsgewijs beperkt. Voor niet-gepensioneerden wordt het maximumbedrag over vier jaar gehalveerd. In aanslagjaar 2027 kan maximaal 11.780 EUR worden overgeheveld. Voor koppels die beiden minstens 66 jaar zijn, geldt een tragere afbouw over twintig jaar en bedraagt het maximum 12.790 EUR. De bedragen worden voortaan niet meer geïndexeerd.
Overuren worden aantrekkelijker
Sinds 1 april 2026 kunnen werknemers jaarlijks tot 360 vrijwillige overuren presteren. Daarvan kunnen maximaal 240 uren worden vrijgesteld van personenbelasting en sociale bijdragen. Voor de horecasector gelden hogere grenzen.
Daarnaast wordt ook het fiscale voordeel voor klassieke overuren met overwerktoeslag uitgebreid. Of je concreet van deze regeling kunt genieten, hangt onder meer af van je sector en het soort overuren dat je presteert.
Hoger plafond voor flexi-jobinkomsten
Voor niet-gepensioneerde flexi-jobbers bedraagt het fiscaal vrijgestelde plafond voor inkomstenjaar 2026 18.440 EUR. Boven dat plafond wordt het overschrijdende gedeelte belast als een gewone bezoldiging. Voor gepensioneerden gelden andere regels. Bij hen kunnen ook de grenzen voor toegelaten beroepsinkomsten een rol spelen.
Minder fiscaal voordeel voor onderhoudsgeld
Betaal je onderhoudsgeld aan je kinderen, een voormalige partner of een ander familielid? Voor betalingen in 2026 is nog slechts 60% fiscaal aftrekbaar. In 2027 daalt dit verder naar 50%.
Ook bij de ontvanger wordt voortaan hetzelfde percentage belast. Voor onderhoudsgeld betaald aan een begunstigde buiten de Europese Economische Ruimte is er in principe geen fiscale aftrek meer.
Zelfstandige? Voorafbetalen blijft interessant
Zelfstandigen met winsten of baten krijgen vanaf aanslagjaar 2027 geen belastingvermeerdering meer wanneer ze onvoldoende voorafbetalingen doen. Voor bedrijfsleiders blijft het systeem wel behouden.
Dat betekent niet dat voorafbetalen zinloos wordt. Door vrijwillig vooraf te betalen, kun je nog altijd een belastingvermindering krijgen én vermijd je een grote eindafrekening. De juiste aanpak blijft dus afhankelijk van je persoonlijke situatie.
Nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa
Sinds 1 januari 2026 zijn bepaalde gerealiseerde meerwaarden op financiële activa belastbaar. Het toepassingsgebied omvat onder meer aandelen, obligaties, fondsen, trackers, cryptoactiva en bepaalde verzekeringsproducten.
Binnen het normale beheer van het privévermogen geldt in principe een tarief van 10%, met een jaarlijkse vrijstelling. Voor aanmerkelijke deelnemingen en verrichtingen buiten het normale beheer gelden afzonderlijke regels en tarieven. Als vertrekwaarde wordt in beginsel de waarde op 31 december 2025 gebruikt, zodat historische meerwaarden van vóór 2026 niet worden belast.
Wie in 2026 aandelen, fondsen, trackers, obligaties, cryptoactiva of bepaalde verzekeringsproducten heeft verkocht, doet er goed aan om:
- de waarde van de activa op 31 december 2025 te documenteren;
- alle aankoop- en verkoopbewijzen te bewaren;
- gerealiseerde winsten en verliezen over 2026 samen te bekijken;
- te controleren of de bank of financiële instelling al belasting heeft ingehouden;
- na te gaan of kiezen voor aangifte in plaats van definitieve inhouding voordeliger is;
- geplande verkopen vóór jaareinde fiscaal te laten beoordelen.
Een verkoop louter om fiscale redenen is niet altijd verstandig. De beleggingsstrategie en transactiekosten blijven minstens even belangrijk.
Tijd om vooruit te kijken
De hervorming levert voor veel werkenden een belastingvoordeel op, maar bouwt tegelijk andere voordelen af. Vooral bij een ongelijke inkomensverdeling tussen partners, onderhoudsuitkeringen, flexi-jobinkomsten of de verkoop van beleggingen kan de impact aanzienlijk zijn.
Wil je weten wat de nieuwe regels concreet voor jou betekenen? Bespreek het tijdig met je relatiebeheerder. Zo kijken we niet alleen naar je volgende belastingaangifte, maar vooral naar de keuzes die je vandaag al kunt maken.
Axentis – Van cijfers naar koers.