Terug naar overzicht

Wijzigingen VVPRbis en liquidatiereserves: wat weten we vandaag en wat betekent dit voor jouw dividendbeleid?

14 januari 2026

Hieronder schetsen we de huidige stand van zaken en lichten we toe welke aandachtspunten relevant zijn bij het bepalen van jouw dividendstrategie.

In het kader van het begrotingsakkoord van de federale regering werden midden en eind 2025 belangrijke fiscale wijzigingen doorgevoerd en aangekondigd die een impact hebben op de uitkering van dividenden door kleine vennootschappen. Meer bepaald gaat het om een verhoging van de roerende voorheffing binnen het VVPRbis-regime en bij de uitkering van liquidatiereserves.

Wat werd beslist?

VVPRbis
Het verlaagde tarief van roerende voorheffing voor dividenden uitgekeerd onder het VVPRbis-regime gaat stijgen van 15% naar 18%. De bestaande voorwaarden blijven behouden, waaronder de wachttijd van drie jaar alvorens het verlaagde tarief kan worden toegepast.

Liquidatiereserves
Ook bij de uitkering van liquidatiereserves wil de regering de belastingdruk verhogen, zodat men opnieuw uitkomt op een totale heffing van ongeveer 18%. Uitkeringen van liquidatiereserves bij vereffening zouden vrijgesteld blijven van roerende voorheffing.

In de zomer van 2025 was al beslist dat de vervroegde uitkering van liquidatiereserves na 3 jaar kon aan het hoger tarief van 6,5% in plaats van het tarief van 5% na de normale wachtperiode van 5 jaar.

Wanneer treedt de verhoging naar 18% roerende voorheffing in werking?

Op vandaag is de wet met betrekking tot de verhoging van de roerende voorheffing van 15% naar 18% nog niet gestemd en nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dat betekent dat de huidige tarieven voorlopig van toepassing blijven.

Volgens de informatie die momenteel circuleert zou de publicatie pas in de loop van 2026 plaatsvinden. In dat geval treedt de tariefverhoging in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de publicatie. We verwachten dat deze zal worden ingevoerd in maart of april 2026, al blijft dit onder voorbehoud van het wetgevend proces.

Zolang de wet niet gepubliceerd is, blijven VVPRbis-uitkeringen dus belast aan 15%.

Is er sprake van overgangsmaatregelen?

Liquidatiereserves
Voor liquidatiereserves die zijn aangelegd tot en met 30 december 2025 (aanslagjaar 2025) wordt algemeen aangenomen dat een grandfathering-regeling zal gelden. Deze reserves zouden onder het oude regime blijven vallen, met toepassing van het FIFO-principe. De bestaande wachttijden en lagere tarieven zouden in dat geval behouden blijven.

De liquidatiereserves welke worden aangelegd vanaf 31 december 2025 (aanslagjaar 2026) vallen onder het nieuwe regime en kunnen enkel worden uitgekeerd aan het verhoogde tarief.

VVPRbis
Voor VVPRbis-dividenden wordt geen overgangsregeling verwacht. Zodra de nieuwe wet in werking treedt, zouden alle uitkeringen onder dit regime automatisch aan 18% worden belast, ongeacht het moment waarop de reserves zijn opgebouwd.

Daarnaast wordt rekening gehouden met mogelijke antimisbruikbepalingen, bijvoorbeeld voor vennootschappen die hun boekjaar zouden aanpassen met als enige doel onder het oude tarief te blijven.

Voorbeeld: impact van de tariefwijziging in de praktijk

Stel: een managementvennootschap keert in 2026 een dividend uit van 100.000 euro onder het VVPRbis-regime. Alle voorwaarden van het regime zijn vervuld.

Situatie onder het huidige tarief

Bij een roerende voorheffing van 15% bedraagt de verschuldigde voorheffing 15.000 euro. De aandeelhouder ontvangt netto 85.000 euro.

Situatie na inwerkingtreding van de nieuwe regeling

Zodra het tarief stijgt naar 18%, bedraagt de roerende voorheffing 18.000 euro. De netto-uitkering daalt dan tot 82.000 euro.

Het verschil

Voor exact dezelfde dividenduitkering betekent dit 3.000 euro extra roerende voorheffing. Bij hogere of terugkerende dividenduitkeringen kan dit verschil aanzienlijk oplopen.

Kort voorbeeld liquidatiereserve

Een vennootschap beschikt over een liquidatiereserve die werd aangelegd vóór 31 december 2025. Bij uitkering na de wettelijke wachttijd blijft deze reserve onder het oude regime vallen, waardoor de bijkomende roerende voorheffing beperkt kan blijven tot 5% of 6,5%, afhankelijk van het moment van uitkering.

Wordt daarentegen een nieuwe liquidatiereserve aangelegd onder het nieuwe regime, dan zal de totale belastingdruk bij uitkering hoger liggen en richting 18% evolueren.

Nu nog uitkeren of niet?

De beslissing om al dan niet dividenden uit te keren vóór de inwerkingtreding van de nieuwe tarieven vereist een bredere analyse dan enkel het fiscale tarief.

Meerwaardebelasting

Voor aandeelhouders die hun vennootschap mogelijk in de toekomst verkopen, is de waarde van de vennootschap per 31 december 2025 van belang in het kader van de toekomstige meerwaardebelasting. Door op dat moment geen dividend uit te keren, blijft de vennootschapswaarde hoger door een sterkere kaspositie. Voor managementvennootschappen of vennootschappen die niet bestemd zijn voor verkoop, is deze overweging doorgaans minder doorslaggevend.

Liquiditeit

Een dividenduitkering vergt niet alleen een uitbetaling aan de aandeelhouder, maar ook de onmiddellijke betaling van de roerende voorheffing. Indien de beschikbare liquiditeiten beperkt zijn, is een uitkering vaak financieel minder interessant.

Financiering en interestaftrek

Grote uitkeringen kunnen een impact hebben op rekening-courantposities en op de aftrekbaarheid van interesten. Dit element wordt in de praktijk vaak onderschat.

Formele verplichtingen

Elke uitkering vereist de nodige formaliteiten, zoals een algemene vergadering, verslaggeving door het bestuursorgaan en de dubbele uitkeringstest. De administratieve en advieskosten moeten opwegen tegen het fiscale voordeel.

Besluit

Hoewel de aangekondigde verhoging van de roerende voorheffing duidelijk richting 18% gaat, is de wetgeving op vandaag nog niet definitief. De effectieve inwerkingtreding wordt pas in het voorjaar van 2026 verwacht. Dat betekent dat er nog ruimte is voor planning, maar niet zonder nuance.

Een dividendbeslissing mag nooit louter fiscaal gedreven zijn. Liquiditeit, toekomstplannen en de globale structuur van de vennootschap blijven minstens even belangrijk.

Wens je te bekijken wat in jouw specifieke situatie aangewezen is, dan bespreken we dit graag samen.